Eerste resultaten onderzoek Sardes en Oberon naar implementatie urenuitbreiding voorschoolse educatie

19 mei 2020

Vanaf 1 augustus 2020 moeten gemeenten minimaal 960 uur aan voorschoolse educatie aanbieden voor doelgroeppeuters in de leeftijd 2,5 tot 4 jaar. Dit zijn peuters die volgens gemeenten een steuntje in de rug kunnen gebruiken, vaak vanwege minder gunstige omstandigheden in de thuissituatie. Vanaf 1 augustus hebben deze kinderen recht op 960 uur voorschoolse educatie (16 uur per week), dit was 600 uur (10 uur per week).

Maar hoe ver zijn gemeenten en VE-aanbieders eigenlijk met de invoering van extra voorschoolse educatie (VE) voor doelgroeppeuters? Onderzoekers van Sardes en Oberon hebben in het najaar van 2019 een eerste representatieve meting gedaan, om te inventariseren hoe de implementatie van deze urenuitbreiding verloopt. Daarin keken zij naast de voortgang ook naar de vormgeving en de (on)bedoelde effecten van de invoering.

Dit zijn de resultaten

  • De beleidsintensivering ligt op schema: nagenoeg alle gemeenten en VE-aanbieders zijn (ruim) op tijd klaar met het realiseren van het 960-uursaanbod.
  • De urenuitbreiding vereist goede samenwerking tussen gemeente en VE-aanbieders, en beleidsvrijheid voor VE-aanbieders.
  • Tijdig beginnen, een goede samenwerking tussen gemeente en VE-aanbieders, en beleidsvrijheid voor maatwerk en flexibiliteit dragen bij een voorspoedige invoering.
  • Extra uren worden vooral gerealiseerd door verlenging dagdelen.
  • De uitbreiding wordt aangegrepen om de structurele kwaliteit van VE te verbeteren. 
  • Driekwart van de gemeenten en VE-aanbieders verwacht dat de urenuitbreiding de ontwikkeling van doelgroeppeuters versterkt.
  • Bij enkele gemeenten en VE-aanbieders bestaan zorgen of de urenuitbreiding gaat leiden tot een uitval onder doelgroeppeuters. 

In het voorjaar van 2021 wordt een tweede meting van dit implementatieonderzoek verricht. 

Meer informatie

 

 

Meer weten?