Print deze pagina Checklist nul- tot vierjarigenbeleid

Op 1 augustus 2010 is de OKE-wet in werking getreden. De wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie brengt voor gemeenten veel werk met zich mee. De wet bevat opdrachten als het verbeteren van de kwaliteit van het peuterspeelzaalwerk en het scheppen van een dekkend aanbod van voorschoolse educatie. De wettelijke taken spelen zich af in een complex beleidsveld, waarin van alles in beweging is en waarop gemeenten ook eigen ambities hebben zoals het opzetten van een goede zorgstructuur voor nul- tot vierjarigen in samenwerking met het Centrum voor Jeugd en Gezin of het realiseren van Integrale Kindcentra waarin onderwijs en opvang naadloos op elkaar aansluiten.
De maatregelen zijn bedoeld om de kansen van jonge kinderen te verhogen. Tegelijk staan de meeste gemeenten de komende jaren voor een omvangrijke bezuinigingstaak. Omdat het lastig is om overzicht te houden op de snelle ontwikkelingen in het beleid voor jonge kinderen, heeft Sardes de belangrijkste taken voor gemeenten in 10 punten bij elkaar gezet.
U kunt de checklist ook downloaden: Checklist nul- tot vierjarigenbeleid 

1. Invoeren kwaliteitseisen peuterspeelzaalwerk
De OKE-wet bevat landelijke eisen voor het peuterspeelzaalwerk. Zo mag de groepsgrootte niet hoger zijn dan zestien kinderen, moet er minimaal een leidster zijn per acht kinderen en een van de leidsters moet een geschoolde beroepskracht zijn. Als er een VVE-programma wordt uitgevoerd moeten beide leidsters hiervoor geschoold zijn. De kwaliteitseisen zijn uitgewerkt in het besluit Beleidsregels Kwaliteit Kinderopvang.

Voldoet uw peuterspeelzaalwerk al aan de nieuwe kwaliteitseisen?

2. Invoeren dekkend aanbod voorschoolse educatie
De OKE-wet vraagt van de gemeente een dekkend aanbod van voorschoolse educatie in te voeren. Dit wordt vertaald in een minimum aantal plaatsen dat de gemeente moet realiseren: 75% van het aantal vier- en vijfjarigen in het basisonderwijs met een leerlinggewicht. Belangrijker is echter dat kinderen die voorschoolse educatie nodig hebben op deze plaatsen terecht komen. Voorschoolse educatie moet minimaal vier dagdelen van 2,5 uur of tenminste 10 uur per week omvatten. De kwaliteitseisen staan in het besluit Basisvoorwaarden Kwaliteit Voorschoolse Educatie.
Het te verwachten budget voor uw gemeente is te vinden in het voorlopige (de begroting 2011 van OCW is nog niet definitief vastgesteld) overzicht van de gemeenten die tussen 2011 en 2014 in aanmerking komen voor een uitkering voor het onderwijsachterstandenbeleid.

Hebt u al een dekkend aanbod en hebt u al zicht op uw OAB-budget?

3. Bereiken van de doelgroep van de voorschoolse educatie
De gemeente stelt de doelgroep voor de voor- en vroegschoolse educatie vast. Dat kan op basis van het opleidingsniveau van de ouders, een indicatie van het consultatiebureau of een combinatie. Doelgroepkinderen kunnen alleen een VVE-programma krijgen als ze een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf bezoeken waar VVE wordt aangeboden. Om alle doelgroepkinderen te bereiken is een sluitende aanpak op het gebied van werving en toeleiding nodig.

Bereikt u al alle doelgroepkinderen?

4. Betrekken kinderopvang
Voorschoolse educatie wordt vooral aangeboden in de peuterspeelzaal, waar steeds meer expertise zit. Maar doelgroepkinderen bezoeken in toenemende mate de kinderopvang. Daarom wordt de kinderopvang steeds meer bij het VVE-beleid betrokken. De kinderopvang werkt anders dan het peuterspeelzaalwerk. Het is niet altijd duidelijk hoe VVE gestalte moet krijgen binnen het dagritme van de kinderopvang. Hoe gaat de kinderopvang om met doelgroepkinderen? Welke programma's gebruiken ze? Welke kosten betaalt de gemeente?

Hebt u al een visie op VVE in de kinderopvang?

5. Financiële toegankelijkheid
De gemeente stelt de bijdrage van ouders voor het peuterspeelzaalwerk vast. Via de OKE-wet wordt een nieuw artikel ingevoegd in de Wet op het primair onderwijs: de eigen bijdrage voor ouders van kinderen die voorschoolse educatie in de peuterspeelzaal volgen, is maximaal het bedrag dat ze in de kinderopvang kwijt zouden zijn als ze daar de maximale kinderopvangtoeslag zouden ontvangen. Dit vraagt van gemeenten om de tarieven voor het peuterspeelzaalwerk tegen het licht te houden.

Voldoet uw ouderbijdrage aan de wettelijke regels?

6. Kwaliteit op de werkvloer
Voor de voorschoolse educatie wordt een programma gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling (artikel 5 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie). De Inspectie van het Onderwijs zal in de toekomst toezicht gaan houden op de kwaliteit van de voorschoolse educatie. Wilt u zelf al vast zicht hebben op de kwaliteit die op de werkvloer wordt gerealiseerd? Het Instrument OKE-VVE van Sardes biedt de mogelijkheid om deze te meten.

Voldoet u al aan de kwaliteitseisen voor de voorschoolse educatie?

7. Doorgaande lijn naar de basisschool en vaststelling van resultaten
De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de vroegschoolse educatie in de kleutergroepen van de basisschool. De gemeente en de schoolbesturen moeten echter samen afspraken maken over de doorgaande lijn tussen voorschoolse en vroegschoolse educatie en over de resultaten van de vroegschoolse educatie (artikel 167 Wet primair onderwijs). Afspraken kunnen gaan over de overdracht van kinderen, maar ook over afstemming van programma's. Afspraken kunnen een plek krijgen op de Lokale Educatieve Agenda.

Hebt u al afspraken over de doorgaande lijn en de resultaten van VVE?

8. Harmonisatie peuterspeelzaalwerk en kinderopvang
In veel gemeenten is sprake van een verschuiving van peuterspeelzaalwerk naar kinderopvang. Dit komt door de toenemende arbeidsparticipatie van ouders. Deze verschuiving zet de exploitatie van het peuterspeelzaalwerk onder druk. Bovendien willen gemeenten niet dat er segregatie optreedt: kinderen van werkende ouders naar de kinderopvang en kinderen van niet werkende ouders naar de peuterspeelzaal. Daarom wordt er in toenemende mate gezocht naar samenwerking tussen peuterspeelzaalwerk en kinderopvang. Deze kan op verschillende manieren vorm krijgen. De VNG heeft drie scenario's uitgewerkt in de Handreiking harmonisatie voorschoolse voorzieningen voor gemeenten.

Hebt u al een visie op de harmonisatie van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang?

9. Zorgstructuur rond voorzieningen voor jonge kinderen
In veel gemeenten zijn in de afgelopen jaren zorgadviesteams rond scholen tot stand gekomen. Daarin wordt de zorg die op school wordt geboden afgestemd met de zorg die buiten de school mogelijk is. Het Centrum voor Jeugd en Gezin speelt hierbij een belangrijke rol. Voor kinderen van nul tot vier jaar bestaan in de meeste gemeenten nog geen zorgteams. Maar de behoefte neemt wel toe, omdat ook peuterspeelzalen en kinderopvang graag kinderen opnemen die extra zorg nodig hebben. Via het CJG kan ook ontwikkelingsstimulering en opvoedingsondersteuning beter op elkaar worden afgestemd.

Hebt u al een zorgstructuur voor jonge kinderen?

10. Ontwikkeling integraal kindcentrum
Afstemming van onderwijs en opvang wordt steeds belangrijker. Ouders vragen om een dagarrangement voor kinderen waarin onderwijs en opvang naadloos in elkaar overlopen. Gemeenten spelen hier graag op in en grijpen deze ontwikkeling aan om integrale kindcentra te stimuleren die passen bij het karakter van de wijk. Bijvoorbeeld in de vorm van verlengde onderwijstijd in krachtwijken. Voorzieningen voor nul tot vierjarigen moeten een goede plaats krijgen in een integraal kindcentrum, liefst in een vorm waarin de scheiding tussen peuterspeelzaalwerk en kinderopvang is opgeheven.

Hebt u al een visie op een integraal kindcentrum?

Deze checklist biedt u een overzicht van de zaken die uw gemeente voor jonge kinderen moet regelen, verplicht of in het kader van uw eigen ambities om jonge kinderen en hun ouders goede voorzieningen te bieden. Sardes helpt u graag, zowel bij de uitwerking van onderdelen van het nul tot vierjarigenbeleid als bij het aanbrengen van samenhang, bijvoorbeeld in de vorm van een OAB-nota of een nota Beleid voor jonge kinderen voor de periode 2010-2014.

Informatie 
Wilt u meer weten? Bel of mail Sjak Rutten: tel. (030) 232 62 15 of s.rutten@sardes.nl 

 

Naar boven

De site is het laatst gewijzigd op 01-02-2012

Nieuws en agenda